EU kocht niet eerder zoveel Russisch lng als aan het begin van dit jaar
In dit artikel:
In de eerste drie maanden van 2026 importeerde de Europese Unie een recordhoeveelheid Russisch vloeibaar gas (lng), blijkt uit onderzoek van IEEFA. Frankrijk, België en Spanje namen het grootste deel af; ook in de Rotterdamse haven arriveerden schepen met Russisch lng, waarvan een deel wordt doorgevoerd naar andere landen. Rusland blijft daarmee de op een na grootste lng‑leverancier van de EU.
IEEFA‑onderzoeker Ana Maria Jaller‑Makarewicz waarschuwt dat de sterke inzet op lng de energiezekerheid van de EU verzwakt: "Lng is de achilleshiel van de Europese energiezekerheid geworden." De transitie van pijpleidingen naar lng moest leveringszekerheid en diversiteit vergroten, maar verstoringen door de oorlog in het Midden‑Oosten en een teruglopende toevoer uit die regio hebben dat doel ondermijnd.
Als gevolg daarvan neemt de afhankelijkheid van Amerikaans lng toe; de Amerikaanse aanvoer is tussen 2021 en 2025 meer dan verdrievoudigd en zal dit jaar waarschijnlijk zo’n twee derde van de totale EU‑lng‑import uitmaken. Dat is problematisch omdat Amerikaans lng doorgaans duurder is. Tegelijk worden geen nieuwe contracten met Rusland afgesloten; bestaande contracten mogen worden afgemaakt, maar vanaf 2027 komt een verbod op Russische gasimport, te beginnen met lng en later dat jaar ook pijpleidinggas.
Financieel werden Europese landen in 2025 nog zwaar getroffen: samen gaven ze 5,9 miljard euro uit aan Russisch pijpleidinggas en 6,7 miljard euro aan Russisch lng. IEEFA verwacht wel dat het EU‑gasverbruik daalt, waardoor de vraag naar lng tussen 2025 en 2030 met ongeveer 23 procent kan afnemen. Dat roept vragen op over de economische logica van verdere investeringen in nieuwe lng‑terminals, die tegen 2030 mogelijk onderbenut raken; volgens IEEFA zou nadruk op hernieuwbare energie zinvoller zijn voor lange‑termijnzekerheid en prijsstabiliteit.