Oekraïne boekt terreinwinst, maar Rusland heeft reserves
In dit artikel:
Het in Washington gevestigde Institute for the Study of War meldt dat Oekraïne de afgelopen weken beperkte terreinwinst boekt, vooral rond het noordoostelijke Kupiansk en in het zuiden bij Zaporizja — in totaal zo’n 400 km² — plus kleinere doorbraken verspreid over het bijna 1.300 kilometer lange front. Dat is de grootste vooruitgang sinds de mislukte Oekraïense opmars van augustus 2024 in de regio Koersk, maar nog steeds relatief kleinschalig en onvoldoende om van een beslissende omslag te spreken.
Oekraïense legerleiding schrijft die successen toe aan verbeterde precisieaanvallen, gerichte beschietingen op Russische reservetroepen achter de linies en een verschuiving van statische loopgravenoorlog naar offensieven waarin drones een grotere rol spelen. Analisten zien in deze werkwijze elementen van asymmetrische tactiek: Oekraïne probeert Russische sterktepunten te ontwrichten in plaats van klassieke grootschalige opmarsen. Een Belgische kolonel karakteriseert de Oekraïense aanpak als het teruggeven van de tactieken die Rusland zelf eerder toepaste.
Naast de militaire verruiming spelen er in Rusland tekenen van interne spanning. Er verschijnen meldingen dat sommige soldaten deserteren of liever gevangenisstraf riskeren dan terugkeren naar het front. Ook lopen kritische militaire bloggers en sommige officieren steeds vaker tegen repressie aan: openlijke spot over de Russische bevelvoering slaat volgens observatoren op diepgewortelde onvrede, maar het Kremlin reageert met arrestaties en striktere mediacontrole, onder meer via de multifunctionele app Maks.
Op strategisch niveau blijft de situatie echter fragiel. Oekraïne stelt zich tot doel maandelijks honderdduizenden Russische strijdkrachten uit te schakelen (gedood of gewond), een ambitieuze norm; tegelijk rapporteerde Rusland voor het eerste kwartaal van 2026 ongeveer 70.000 geworven militairen, onder de geplande 100.000. Deskundigen waarschuwen dat Kyiv niet te vroeg mag juichen: het netto heroverde grondgebied is klein — kleiner dan het Nederlandse eiland Goeree-Overflakkee, zoals een HCSS-specialist benadrukt — en kan door Moskou worden gecompenseerd.
Rusland heeft twee duidelijke tegenmogelijkheden: een veel ruimere mobilisatie, met het risico op binnenlandse onrust, of het uitbreiden van het conflict via aanvallen buiten Oekraïne (bijvoorbeeld in de Baltische staten of Moldavië) of door een nieuwe offensiefroute vanuit Wit‑Russland. Oekraïne en zijn westerse partners blijven daarom in afwachting: er is recent terreinwinst geboekt, maar geen garantie op een duurzame doorbraak in een conflict dat nog steeds door uitputting en strategische onzekerheid wordt gekenmerkt.